Molen Heerjansdam

Een stukje geschiedenis…

Korte inhoud van het voorafgaande. Onder de titel ‘De voetjes drooghouden en brood op de plank’ verscheen in de nieuwsbrief van mei 2023 een overzicht van de watermolens in de Zwijndrechtse waard, die nodig waren om de voetjes droog te houden. Daarna, in november 2023, ging het over de industriemolens, waaronder de korenmolens. Korenmolen is een noodzakelijk werktuig om graan te malen en zo te zorgen voor brood op de plank. Het eindigde met de ondergang van de eerste korenmolen in Heerjansdam die stond op de dam door de Waal.

De in 1572 door oorlogshandelingen tussen Spanjaarden en geuzen afgebrande molen werd in 1599 herbouwd door Evert Verneloot, een timmerman uit Schoonhoven. Toenemende bebouwing op de smalle dam belemmerde de windvang voor de molen. Om die reden werd ze rond 1700 verplaatst naar de huidige molenlocatie aan de Molenweg. Ze speelde een rol in een conflict uit 1654 en dat is het onderwerp van deze bijdrage.

De oorzaken van conflicten, moord en doodslag zijn veelal gelegen in geldzucht en minnennijd. Voor belanghebbenden was het van belang die zaken vast te leggen en dat gebeurde dan ook. Nauwkeurig en naar waarheid beschreven en vastgelegd door notarissen en rechterlijke instanties. Hoewel het niet de bedoeling van de vastlegger was, ontstond daardoor een bron van gegevens. Leuke dingen voor ons, het nageslacht, voor de mensen die achter de geschiedenis staan. Wie zich in de geschiedenis van korenmolens verdiept, komt vroeg of laat een conflict tegen over de zogenoemde impost op het gemaal, dat is een verbruiksbelasting verschuldigd over wat gemalen is, het meel dus bij een korenmolen, te betalen door degene die zijn graan liet malen. De rechthebbende op die belasting was de ambachtsheer, maar daarmee heb je nog geen cent binnen. Hij liet de inning over aan een persoon die de belasting had gepacht. Wat de pachter, ook wel gaarder of collecteur genoemd, inde was voor hem, uiteraard na afdracht van de overeengekomen pachtsom. De pachter trachtte er zoveel mogelijk uit te halen. Die belasting en de inning ervan was oorzaak van tal van moeilijkheden.

Wild-west op de Waal. In de navolgende akte is er een belastingplichtige die de impost wou ontduiken. De pachter en zijn medewerker pikten dat niet en zo kwam het tot een achtervolging op de Waal vanaf de dam tot de brug in Rijsoord. Voor de pachter belangrijk genoeg om het vast te leggen in een akte bij notaris Schoormans op 9 april 1654 (Bron: Oude Dordtse notariële archieven, notaris Schoormans, deel 91, f.537).

Notariële akten werden gesteld in het toenmalige bureaucratisch/notarieel jargon. Geen sprankelend taalgebruik dus en veel onbegrijpelijke woorden voor de niet ingewijde leek. Om die reden bespaar ik u de taal van de akte en volsta met een weergave in hedendaags Nederlands.

Op 9 april 1654 verschenen bij notaris Schoormans te Dordrecht, Teunis Fransz. Bouff, pachter van de gemeenelants middelen en zijn medewerker Hendrik Geeritsz. Van den Bosch. Zij verklaarden dat zij op 4 april om vier in de middag aanwezig waren bij Arien Joosten, de korenmolenaar van Heerjansdam. Hij verklaarde dat hij twee zakken van Jan Gijssen gemalen had, een met tarwe in de andere boekweit. Toen hij de molen verliet, zag Bouff dat Jan Gijssen wegvoer met een schuit waarin twee zakken lagen. Bouff en zijn medewerker gingen er achteraan met hun eigen schuit. Toen Gijssen zag dat hij achtervolgd werd, legde hij aan aan de Droogendijk,

dat is thans de Waaldijk in Rijsoord. Gijssen nam een zak op zijn schouder en liep ermee weg. In het schuitje van Jan Gijssen vonden Bouff en zijn medewerker een zak boekweit en daarmee voeren naar de brug over de Waal in Rijsoord. Daar waren inmiddels een broer en een zus van Jan Gijssen aan komen lopen die riepen: ”Schelmen, dieven waar ga je met onze schuit naartoe”? Ze antwoordden: ”Jan Gijssen heeft daarmee gefraudeerd, die schuit komt wel terug”. Pleum Gijssen en zijn zus begonnen zoveel kabaal te maken dat er steeds meer volk bij kwam, voorzien van hooivorken en stokken. ”Slaat dood die schelmen slaat dood die fielten”, riepen ze. Pleun Gijssen en zijn zus zetten op hun beurt de achtervolging in, sloegen met de riemen naar hen en schreeuwden: ”Schelmen, we zullen jullie de hersens inslaan”. Door die dreigementen werden Bouff en v.d. Bosch genoodzaakt aan land te gaan bij de brug in Rijsoord. De zus van Jan Gijssen en een paar andere vrouwen ontnamen hen met geweld de zak met boekweit die daardoor scheurde en een groot deel van de inhoud viel op de grond. De heren zagen zich genoodzaakt daarvandaan te vertrekken, te vluchten, om hun lijfsbehoud en om een zak met geld die ze bij zich hadden.

Er zal in Rijsoord wel lang en met voldoening gesproken zijn over die achtervolging. Eigenlijk is er in vergelijking met 370 jaar geleden niet veel veranderd. Men had toen en ook nu, er een hekel aan om belasting te betalen en als het kon ontdook men dat. En wat te denken van de vrouwen die de mannen op de vlucht joegen? De heer Bouff laat dan wel noteren: om lijfsbehoud en om een zak met geld, maar erg manhaftig klinkt het niet.

In een volgende bijdrage volgen we de molen naar zijn plaats aan de Molenweg.

Kees Brinkman